Onderzoek op ’t Landje aan de Rotte

Onderzoek
‘t Landje aan de Rotte, Rotterdam – 2023
Over dit project
Een gezonde bodem is essentieel voor een groene gevel waar verwildering spontaan plaatsvindt. Ze houdt vocht vast en levert voedingsstoffen, waardoor een veerkrachtig, zelfvoorzienend ecosysteem kan ontstaan dat op eigen kracht groeit en bloeit, zonder dat een kostbaar en kwetsbaar irrigatiesysteem nodig is.
Om te testen welke plantensoorten goed gedijen op welke bodemsamenstellingen, hebben we de groene gevel verdeeld in 5 segmenten. Elk segment is gevuld met een andere bodemsamenstelling. Vervolgens hebben we de natuur haar gang laten gaan: zaden kwamen mee met de wind, werden verspreid door vogels of andere dieren, en ook insecten vonden hun eigen weg naar de gevel. Zo konden we observeren hoe spontane begroeiing zich op verschillende manieren ontwikkelde op de diverse bodemsubstraten.
Het resultaat van deze test biedt waardevolle inzichten in hoe we een duurzame groene gevel kunnen realiseren die volledig aansluit bij het verwilderingsprincipe en bijdraagt aan stedelijke biodiversiteit.
Van bruin naar groen
Van oktober tot mei hebben lokale planten en insecten spontaan de muur in gebruik genomen als hun nieuwe habitat.

Ontdek welke soorten hier voorkomen

Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis) is een zeer lage, kruipende, overblijvende plant die van de late lente tot de vroege herfst bloeit. Oorspronkelijk uit Italië en Kroatië, groeit Muurleeuwenbek nu op zonnige plekken van oude muren in Europa. Hij heeft te lijden onder restauraties en hard cement, maar gedijt goed op muren, dijken en spoorwegemplacementen. De bloem buigt na de bloei naar binnen, waardoor de zaden naar binnen vallen en in spleten tussen stenen in het donker kiemen.
Tripmadam (Sedum rupestre) is een overblijvend vetkruid. De plant groeit in België en Nederland op zandgrond, op muren en langs rivierdalhellingen. De soort geldt in Nederland als zeldzaam tot zeer zeldzaam. De tripmadam is waardplant voor de Apollo (Parnassius apollo), een vlinder uit het gebergte, en voor de nachtvlinder Acronicta euphorbiae.
De boomhommel (Bombus hypnorum) is een vrij grote soort hommel en is veel in tuinen en parken te vinden. Oorspronkelijk was de hommel echter alleen een bosbewoner. Boomhommels verblijven vaak in nestkasten. Bij warm weer zorgt een hommel in de nestkastopening voor ventilatie door de vleugels snel te bewegen. Een volgroeide kolonie van de boomhommel bestaat uit zo'n 80 tot 400 werksters.